Ik reed ’s morgens naar Amersfoort toe
Naar het zwembad, wat ik wel vaker doe
Een vrouw zette vlaggen aan de rand van de weg
Maar toevallig reed ik er ’s avonds weer
En dit keer was er een meneer
Die haalde de vlaggen daar weer weg
Dat was wat ik zag
Maar voor de man en vrouw
was het een ‘in de winkel’ dag
Weet niet wat ze precies verkopen
Of hun business heeft gelopen
Of hun dag goed is verlopen
Gaan ze morgen ook weer open?
Zij weten het wel
Het heeft hun dag gevuld
Ik kwam toevallig twee keer langs
Zij hebben mij niet gezien
Weten niets van mijn dag
Of net zo veel als ik van die van hen weet
Nou ja, ik weet wel iets van hun dag
Het begint en eindigt met een vlag